
Een rugzak vol met stenen.
We gingen het hebben over het feit dat zonden het moeilijk maken om je weg met God te wandelen en dat het daarom belangrijk is om je zonden te belijden. En ook, dat je die zonden dan met name noemt en om vergeving vraagt.
We hadden een parkoers uitgezet door het huis en de tuin en de dames (en wij als ouders natuurlijk ook!) moesten dat parkoers zo snel mogelijk afleggen. De tijd werd geklokt met de stopwatch. Omdat ze natuurlijk in leeftijd verschillen ging het niet om hun onderlinge tijd maar om zelf zo snel mogelijk te lopen. We hadden allemaal veel plezier en de toejuichingen waren niet van de lucht. Zelfs de hond deed mee.
Toen ze allemaal geweest waren, vroeg ik ze te gaan zitten. Terwijl ze nog aan het uithijgen waren, kregen ze allemaal twee stukjes papier. We spraken met elkaar over wat zonde is en welke dingen zij soms verkeerd deden. Daarna moesten ze allemaal twee verschillende zonden op een papiertje schrijven. Dat op zich was al een apart gegeven, want behalve dingen als jokken en ruzie maken, kwamen er ook nog dingen bij waarvan wij nog niet op de hoogte waren.(Zo kom je als ouders nog eens ergens achter!) Die papiertjes plakten we vervolgens allemaal apart op een baksteen en die stopten we in een rugzak. Die werd natuurlijk behoorlijk zwaar. Toen kregen ze de opdracht om opnieuw dat parkoers te rennen, alleen, ze kregen nu die rugzak mee met al die stenen erin. Dat was een heel karwei en zeker voor de jongste twee bijna niet te doen. Maar ze deden het allemaal en ze moedigden elkaar aan om het vol te houden. Natuurlijk was hun tijd langzamer dan toen ze zonder rugzak liepen.
Toen we allemaal geweest waren, gingen we weer zitten en spraken met elkaar over het verschil tussen de eerste en de tweede keer. Ze snapten natuurlijk dat het de tweede keer veel moeilijker ging omdat ze die stenen in die rugzak mee moesten sjouwen. Dus toen mijn vraag was hoe ze dat dan moesten oplossen, was het voor alle kinderen duidelijk dat ze van die rugzak met stenen af moesten.
" Hoe moet dat dan?", vroeg ik.
" Dan moet je om vergeving vragen voor je zonden", gaf er een als antwoord.
" En hoe gaat dat dan, wat vraag je dan aan de Here God?", wilde ik natuurlijk weten. "Nou, dan vraag je Here, wilt u mijn zonden vergeven, amen." "Maar denk je niet dat als je je zonden weet, dat je ze dan ook aan de Here God mag noemen? En dat het misschien wel beter is om ze allemaal op te noemen?"
Dat vonden ze wel een spannend idee want dan word je natuurlijk extra geconfronteerd met wat je fout hebt gedaan.
" Zullen we eens kijken wat er dan gebeurt?", vroeg ik ze.
Ik maakte de rugzak open en haalde er een steen uit. ‘Jokken' stond er op. Ik zei: "Ok, dan vragen we nu aan God: Here, wilt u vergeven dat ik gejokt heb." "Wat doet God daar dan mee?",vroeg ik aan ze. "Dan denkt hij er nooit meer aan!" was het antwoord.
Vervolgens legden we de steen opzij, want die zonde was dus weg. De volgende steen die uit de rugzak kwam, was ‘ruzie maken'. "Heer, wilt u vergeven dat ik ruzie heb gemaakt." En de steen werd weggelegd. Bij de stenen die daarna kwamen, hebben we ze om de beurt hardop vergeving laten vragen voor de zonde die zij gedaan hadden.
Toen de zak leeg was, hebben ze natuurlijk allemaal nog een keertje het parkoers gelopen om hun eigen tijd te verbeteren.
Het principe van vergeving vragen voor je zonde waardoor je niet gehinderd wordt in je levenswandel met God, zullen de kinderen niet snel meer vergeten. Ze vonden het zo leuk dat het regelmatig terugkwam in de gesprekken die week!