
De gezinsavond die we deze keer bespreken was een hele uitgebreide. Toen we begonnen, stonden er een paar houten kistjes op de tafel en een zak tuinaarde. De kinderen begonnen gelijk te raden waar we het over zouden gaan hebben en wat we zouden gaan doen. Maar eerst hebben we met elkaar teruggedacht aan de vorige keer. Waar ging het ook alweer over? En wat betekende dat dan ook alweer? Herhaling is belangrijk om lessen goed te onthouden!
We hebben dit keer het gedeelte uit de schepping besproken waarin het gaat over de zorg voor de schepping die God aan ons heeft toevertrouwd. Dat staat beschreven in Gen. 1 en 3. Als je daar als gezin goed over nadenkt dan zit er een heleboel in waar kinderen ook veel van kunnen leren. We hebben er eerst met elkaar over gepraat. Wat betekent dat: zorgen voor de schepping? Voor de kleinsten is dat heel dichtbij en begrijpelijk: geen snoeppapiertjes op de grond gooien, of het papier van je ijs. Geen blaadjes of takken van bomen afrukken. Voor oudere kinderen komen zaken als luchtverontreiniging aan bod. En dan natuurlijk direct de link leggen naar wat je er dan zelf aan kunt doen. Hoe heeft God het bedoeld?
Toen we het hier over gehad hadden, legden we uit wat we verder gingen doen. Voor de schepping zorgen betekent ook dat je voor het gewas dat groeit moet zorgen. Daarvoor waren de houten kistjes bedoeld! We zijn naar buiten gegaan en de kinderen mochten allemaal hun eigen zaaibak maken. Alleen, we hadden een duidelijke voorwaarde gesteld: zij moesten zelf in de komende weken voor hun gewas zorgen. Wij zouden er niets aan doen, zij waren verantwoordelijk!
Buiten werd er al snel hard en secuur gewerkt. De kistjes werden gevuld met mooie aarde en de laag werd keurig glad gestreken. De oudste had een speciale zaaibak en de verwachting was dat daar toch wel iets heel bijzonders uit zou groeien. Toen de aarde overal keurig glad was gestreken, werd er gekeken naar het zaaigoed. He, je kunt niet altijd zomaar alles zaaien! Sommige zaden kunnen alleen vroeg in het voorjaar gezaaid worden en anderen pas laat in de zomer. En voor sommige soorten moet er een speciaal soort mest bij. Toen ze allemaal een keuze hadden gemaakt, kon er gezaaid worden. Dat gebeurde met grote nauwkeurigheid want ze wilden natuurlijk allemaal een mooi resultaat halen! Tenslotte moest er nog een dun laagje aarde over de zaadjes heen en een stokje erbij waarop stond welke zaadjes waar gezaaid waren. En toen begon het wachten, maar ook het zorgen. Want natuurlijk moest er elke dag gesproeid worden, en moesten de zaaibakken in de zon gezet worden en soms zelfs buiten. De meiden hielden elkaar steeds weer voor dat de zaadjes nog verzorgd moesten worden. En iedere keer weer kijken of er al wat boven kwam. Groot feest en een extra aansporing toen de eerste groene puntjes hun kop boven de aarde staken. Wat zou het gaan worden? Jammer dat de ‘echte' zaaibak niet goed functioneerde, daar kwamen steeds maar geen groene puntjes uit. Wel raakte de aarde beschimmeld en misschien kwam dat wel omdat de aarde te lang in een zakje had gezeten en niet goed meer was. Ook dat was een geestelijke les want als het zaad niet in de goede aarde valt..... U kent het wel.
Gelukkig kwamen na verloop van tijd overal kleine plantjes te voorschijn. Maar daarmee was de zorg nog niet ten einde. Sterker nog het werd steeds moeilijker want op een keer ging de hond er met zijn poten in staan. Daar kunnen kleine plantjes niet goed tegen en dus moest er eerste hulp geboden worden. En dan komt het moment dat de plantjes de koude grond in kunnen en wordt het opnieuw spannend: zullen ze het overleven?
Al met al een heel proces waarin kinderen in het klein de zorg voor de schepping mogen leren. Vaak staan we daar niet zo bij stil en veel christenen zijn helemaal niet milieubewust, maar het behoort wel degelijk tot onze verantwoordelijkheid en dan is het goed om dat onze kinderen al jong mee te geven.