Herder voor Herders

Hij zal u verhogen…

Dirk Lemmens

Voorgangers en leidinggevenden staan bloot aan heel wat verleidingen. Omdat de aard van onze bediening met zich meebrengt dat we voortdurend in het voetlicht staan, is het voor velen van ons ongetwijfeld een grote verleiding om onszelf belangrijk te gaan vinden, ofwel om er geloof aan te hechten als anderen ons vertellen hoe belangrijk we zijn. Wie dit doet, geeft niet alleen zichzelf te veel eer, maar onthoudt tegelijk ook de anderen in de gemeente de eer die hun toekomt.

Deze zonde kan op vele manieren tot uiting komen. Ik noem er drie:

De manier waarop we (s)preken (Kol. 4:6)
Onze preken en bijbelstudies kunnen makkelijk een instrument worden om anderen, door over hun hoofden heen te praten, te laten weten hoeveel kennis we zelf vergaard hebben. Of, omgekeerd, om hun te laten voelen hoe weinig zij weten, door hun, vanuit de hoogte, simplistisch toe te spreken.
Ook kunnen we preekstoel misbruiken om, door middel van bedekte toespelingen, anderen op hun plaats te zetten, of onze eigen positie binnen de gemeente te versterken. Zelfs onze humor kan een wapen worden om, ten koste van anderen, onszelf te bevestigen.

De manier waarop we tegen onszelf aankijken (Gal. 6:1)
Het is gemakkelijk om in het pastoraat een ‘ik-ben-heiliger-dan-jij-houding’ te ontwikkelen. De mensen die we mogen begeleiden zijn vastgelopen in allerlei persoonlijke en relatieproblemen, en presteren over het algemeen geestelijk een stuk minder goed dan wijzelf. Al te gemakkelijk vergeten we daarbij echter dat God niet vraagt om resultaat, maar wel om een getrouw hart, en dat, als wij zelf dan al beter presteren, dit niet is omdat we beter zijn, maar omdat hij genadig is.

De manier waarop we (ons laten) dienen (Matt. 20:26-28)
Verantwoordelijkheid houdt gezag in, en gezag brengt prestige
met zich mee. Het is heel verleidelijk om van dit prestige te gaan genieten, en toe te laten dat we, omwille van onze positie, gediend worden door hun aan wie we leiding geven. Jezus echter omgordde zich, en stond Petrus niet toe Hem de voeten te wassen. De Zoon des mensen is immers niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Het is niet eens nodig om onszelf op een voetstuk te plaatsen, omdat de Heer zelf belooft ons te zullen verhogen: ‘Vernedert u voor de Here, en Hij zal u verhogen.’ (Jac. 4:10). Voorwaarde opdat God ons zou verhogen, is echter dat we dat zelf al niet eerst doen. De volgende drie gedachten kunnen ons helpen om die nederigheid vast te houden:

Ook voorgangers en leidinggevenden zijn aangetast door de zonde (Rom. 7:17)
Een realistisch beeld van onze eigen zondigheid en zwakheid zal er toe bijdragen om een nederige geest in onszelf tot stand te brengen. In het pastoraat doen we er goed aan om nooit te vergeten dat, gegeven andere omstandigheden, ieder van ons zich in precies dezelfde situatie zou kunnen bevinden als de confident die voor ons zit. We verschillen immers in geen enkel opzicht van het zwakste en het zondigste gemeentelid. Elk gemeentelid is, net als wijzelf, geheiligd en gewassen in Christus. Wijzelf zijn, net als elk gemeentelid, in elk aspect van ons wezen beschadigd door de negatieve werking van de zonde. Uit onszelf hebben we God niets te bieden dat Hem welgevallig is. Door genade zijn wij echter ‘voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan.’ (2 Kor. 2:15).

Vruchten die we voortbrengen, zijn enkel uit genade (1 Thes. 2:1)
In de bediening genieten we het geweldige voorrecht dat we geestelijk resultaat mogen zien van ons werken. We zien dat God ons onderricht, ons pastoraat en ons management gebruikt, en er vrucht laat uit voortkomen. We mogen genieten van datgene wat we doen, en we mogen zien hoe ons harde werk een bijdrage levert aan de geestelijke groei van zowel de collectieve gemeente, als het individuele gemeentelid. Tegelijk is het een versoberende gedachte dat, hoewel God ons werken en zwoegen gebruikt om er vrucht laten uit voort te komen, we in onze bediening niets zinvols tot stand kunnen brengen buiten de Gods wonderbaarlijke genade. In Christus vermogen we alle dingen. Een geloof als een mosterdzaadje is voldoende om ‘tot deze berg [te] zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal … onmogelijk zijn’ (Matt. 17:20). In eigen kracht kunnen we geestelijk echter niet eens een stofdeeltje in beweging brengen.

We zijn door God in de bediening geroepen (Ef. 4:1)
We hebben een bediening omdat God ze ons gegeven heeft. Het moet voor iedereen kristalhelder zijn dat we, datgene wat we bereikt hebben, niet uit eigen kracht bereikt hebben.
Ik moet hierbij denken aan het verhaal van de man die tijdens een wandeling door het veld een prachtige schildpad zag balanceren bovenop een omheiningspaal. Hij vond het zo’n vreemd gezicht, dat hij de schildpad vroeg hoe hij toch boven op die paal terechtgekomen was. Toen de schildpad antwoordde dat hij naar boven geklommen was om grote dingen voor God tot stand te brengen, barstte de man in lachen uit en antwoordde hem dat hij nooit iets groots voor niemand zou presteren, omdat hij een leugenaar was. Het was immers duidelijk dat iemand de schildpad op de paal gezet had.
Net als bij de schildpad, moet het voor ieder van ons duidelijk zijn dat niemand die een bediening heeft, die bediening ontvangen heeft omwille van zijn eigen capaciteiten. God heeft ons immers ‘geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is voor eeuwige tijden’ (2 Tim. 1:9).

Wanneer we deze waarheden voortdurend in gedachten houden, zullen we in het uitwerken van onze bediening steeds vol verwachting het oog gericht houden op Jezus, en zal onze houding tegenover de confidenten die God ons toevertrouwd heeft, steeds gekenmerkt zijn door nederigheid, dankbaarheid, vriendelijkheid en geduld.

© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.. Alle rechten voorbehouden.

  1 2 3 4 5 Top -->
Copyright November 7, 2008
Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.
Alle rechten voorbehouden.
Pastorale bediening