Herder voor Herders

Vertrouwelijkheid in het pastoraat

Dirk Lemmens

“Mag ik even met u praten? Ik wil u graag iets vertellen, maar ik wil wel graag het moet vertrouwelijk blijven. Het gaat helemaal niet zo goed met onze zoon Peter en zijn vrouw Caroline. Ik maak me écht zorgen over hun huwelijk. Ik heb gehoord dat ze erg veel ruzie maken, en dat er zelfs luidop over scheiden gesproken wordt! Bent u met hun in gesprek? Hoe schat uzelf de situatie in?”

Ieder die met pastoraat bezig is, heeft wel eens een dergelijke situatie meegemaakt: iemand stelt een vraag, of iemand doet appel op uw pastorale bewogenheid, maar plaatst u daardoor tegelijk in de onmogelijkheid om het vertrouwen van een ander te bewaren. U zit tussen hamer en aambeeld. Zegt u: “Ja, ik ben er mee bezig, laat het maar aan mij over”, dan doorbreekt u, alleen al door te erkennen dat er een probleem ligt bij het echtpaar in kwestie, het vertrouwen. Ontkent u echter uw betrokkenheid, dan liegt u. Het lijkt wel dat u, wat u ook zegt, het altijd fout zult doen.

De regel

Het te hanteren principe is nochtans duidelijk: “Wie als een lasteraar rondgaat, openbaart geheimen; laat u dus niet in met een loslippige.” (Spreuken 20:19). Als iemand u, binnen het kader van een pastorale bediening, iets toevertrouwt, moet die informatie bij u ook veilig zijn. Het is “een geheim” geworden. Hoe meer “geheimen” u van verschillende gemeenteleden kent, des te beperkter u wordt in uw spontane omgang met de anderen. Om de u toevertrouwde geheimen te bewaren, zult u vaak moeten zwijgen, en u afzijdig houden in de gesprekken. U zou sommige dingen die ten onrechte gezegd worden, misschien wel recht kunnen zetten, maar dan zou tegelijk “het geheim” openbaren. U zou kunnen voorkomen dat ellendige situaties zich voordoen, maar het u toevertrouwde “geheim” weerhoudt u ervan.

De uitzondering

Vertrouwelijkheid is echter nooit absoluut. Het zou immers kunnen dat een gemeentelid meent onrecht geleden te hebben van een ander gemeentelid, maar dat ze er samen niet uitkomen (Mattheüs 18:15-20). Als u daar dan als derde, bemiddelende partij in betrokken wordt, en wanneer de situatie loopt opnieuw vastloopt, dan bent u wel gedwongen om de zaak aan de gemeente voor te leggen. Zelfs wanneer de ‘zondaar’ zich beroept op uw zwijgplicht als herder!

Enkele concrete richtlijnen

Onderstaande richtlijnen kunnen een hulp vormen om uw pastorale functioneren veilig te stellen te midden van moeilijke en delicate situaties:

1. Luister niet naar informatie over derden
Wanneer mensen u vertrouwelijke informatie over een ander gemeentelid willen doorgeven, breek hun dan onmiddellijk af, en laat hun, op een vriendelijke doch kordate manier weten dat u hier niet kunt naar luisteren, maar dat ze beter zélf met de persoon in kwestie gaan praten. Zijn ze hiertoe niet bereid, dan laat u de zaak zelf ook liggen.

2. Laat u niet voor iemands karretje spannen
Al te vaak gebeurt het dat iemand u als oudste, voorganger of pastoraal werker benadert met de vertrouwelijke vraag om een derde aan te spreken op “een probleem” of “een zonde” in zijn leven. Naar buiten toe gebeurt dit altijd met de beste bedoelingen, en is het motief dat gecommuniceerd wordt enkel en alleen een liefdevolle zorg voor die ander.
Toch doet u er wijs aan om niet op dit soort vragen in te gaan, maar de “klager” rechtstreeks naar de “zondaar” te sturen: als hij het is die de vermeende zonde als eerste opgemerkt heeft, is het ook in eerste instantie aan hem om dat met de vermeende zondaar op te pakken.
Wanneer u dit doet, zult u vaak merken dat de “klager” verder niets met uw advies doet, maar de zaak laat liggen. De kans is dan zeer groot dat het niet zozeer om de zonde van de “zondaar” ging, maar wel om een onderliggend conflict dat de “klager” met de “zondaar” had.
U hebt voorkomen dat u zich voor het karretje van de één hebt laten spannen waarmee de één voordeel op de ander probeerde te halen!

3. Luister naar de nood van de klager
Wie u onder druk zet om het vertrouwen van een ander te doorbreken, heeft bijna altijd een eigen nood, of een eigen agenda. Het is goed om hier opmerkzaam op te zijn, en het gesprek om te buigen naar de reden waarom iemand zo’n vraag stelt (bv. “Laat Peter en Caroline nu maar los. Ze zijn getrouwd, en moeten zelf richting aan hun leven geven.”). Op die manier vermijdt u een vraag te beantwoorden die u niet wil beantwoorden, en opent u tegelijk een zinvol gesprek.

4. Geef geen vertrouwelijke informatie door aan derden
Informatie die u op basis van vertrouwelijkheid verkregen hebt, kunt u niet gebruiken om andere situaties tot bedaren te brengen (bv. om begrip te verschaffen in een conflict), of om te voorkomen dat nieuwe problemen zich ontwikkelen (bv. in een vergadering voorkomen dat iemand een bepaalde verantwoordelijkheid toegewezen krijgt). Hoe verleidelijk het ook moge zijn om te spreken, toch zult u moeten zwijgen, ofwel eerst met de persoon in kwestie praten.

5. Beloof geen absolute geheimhouding
Beloof nooit iets waarvan u niet zeker bent dat u het ook kunt geven. U kunt wel iets beloven in de trant van: “Ik zal het zeker nooit aan iemand vertellen, tenzij ik geloof dat Gods Woord zegt dat ik het wel moet doen. In dat geval zal jij wel de eerste zijn om het te horen.”

6. Bewaak ook het belang van derden
Soms moet u als herder, ondanks uw plicht tot geheimhouding, de vertrouwelijkheid doorbreken om anderen te beschermen tegen de gevolgen van iemands zonde (vb. openbare zonde, mishandeling, seksueel misbruik). Zorg in dergelijk geval altijd dat u zélf eerst met de zondaar gesproken hebt, zodat u niet handelt op basis van informatie van derden, en zodat de zondaar ook weet wat er staat te gebeuren.
Op deze bewaakt u niet alleen het belang van het slachtoffer, maar stelt u ook uw toekomstige pastorale relatie met de dader veilig.

© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w. Alle rechten voorbehouden.

  1 2 3 4 5 Top -->

 

Copyright November 7, 2008
Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.
Alle rechten voorbehouden.
Pastorale bediening