
| Copyright © 14/12/07 Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w. Alle rechten voorbehouden. |
Een gezin met twee Marlo Schaleskt Het verhaal van Sonja. “Komt allen tezamen, jubelend van vreugde…,” klonk het kinderkoor vooraan tijdens de gemeentesamenkomst. Ik voelde me helemaal niet vreugdevol en ook niet in een jubelende stemming. De kerstverlichting schitterde aan het plafond, de kaarsen kleurden sfeer aan de preekstoel, en desondanks omhulde mij een diepe donkerheid. Van alle kleine meisjes die nerveus hun jurken gladstreken, en van alle jongens die fier rechtop stonden in hun parelwitte hemden, was er niemand die bij mij hoorde. Geen kleine oogjes die mij zochten in het publiek, geen kleine handjes die aarzelend naar mij wuifden, geen zachte stem die mij “mammie” noemde. Onvruchtbaar, noemde de Bijbel mij, een koud en leeg woord. Ik heb dit woord steeds gehaat, niet zozeer omdat het mijn schoot beschreef, maar omdat het de pijn in mijn hart openbaarde, vooral met Kerstmis. Op kerstdag kwamen gezinnen samen, hebben moeders koekjes gebakken en hebben kinderen de dagen afgeteld tot zij hun cadeaus zouden krijgen van mama en papa. Onvruchtbaar, het woord spookte in mijn hoofd. Terwijl ik op de laatste rij in de kerk zat, wenste ik opnieuw dat Kerstmis mij wat minder verdriet zou brengen. Maar de pijn was er opnieuw. Kerstmis bleek een tijd te zijn voor gezinnen. Maar Johan en ik, met onze twee honden, vormden samen niet een echt gezin. Tenminste, dat dacht ik toch. Zo dachten er vele anderen ook over. “Wanneer beginnen jullie met een gezin?” was een vraag die ons vaak werd gesteld. Ik zuchtte en sloot even mijn ogen. Kon ik de zingende stemmetjes maar uit mijn hoofd wegbannen. Zij herinnerden me juist aan datgene waar ik zo naar verlangde, maar niet kon krijgen. “Vrede op aarde!” klonk het koor, terwijl mijn verdediging stilaan afbrokkelde. Applaus weerklonk doorheen heel het gebouw nadat de kinderen hun laatste liedje hadden gezongen. Na de gebruikelijke buiging liepen zij giechelend naar een grote doos en haalden er elk een kleine kerstroos uit. Ik kreeg een krop in de keel wanneer ik zag hoe de kinderen de rijen langs gingen, zoekend naar de plaats waar hun ouders zaten. Beelden van kinderen vervaagden, een traan werd weggepinkt. “Z-Zalig Kerstfeest,” klonk even later een kleine stem naast me. Ik keek op en zag de 8 jarige Caroline die mij haar kerstroos gaf: “Voor u,” fluisterde zij verlegen, draaide zich snel om en haastte zich naar de deur. Een vreemde mengeling van gevoelens, verdriet en warmte, overspoelde mij. “Dank je,” prevelde ik, zij kon het vast niet horen. Op mijn schoot lag de kleine kerstroos. Het was zulk een klein cadeau, zo eenvoudig, zo gewoon. Zo gewoon was die baby in doeken gewikkeld en neergelegd in een voederbak. Zo eenvoudig werd de Zoon van God geboren in een stal vol met dieren. Een geschenk werd aangekondigd, niet aan hem die de massa begeestert of aan de vooraanstaanden van Betlehem, maar aan enkele mannen uit de heidenen in het oosten en aan enkele herders tijdens hun nachtdienst. Ik drukte de kerstroos dicht aan mijn hart. Indien dieren en herders betrokken werden tijdens de eerste kerstnacht, hoorden er deze kerstnacht de kinderloze en zij die verdriet hebben ook bij. Allicht wilde God me op dat moment vertellen dat Christus geboren is voor mensen zoals ik, voor hen die “niet-hebben” en die, door het eenvoudige geschenk van Christus verwelkomd worden in het gezin van God. Met toestemming vertaald en aangepast door Linde De Vriese uit: Marlo Schalesky, A Family of two, Focus on the Family Magazine, December 2001, p. 21. Aangepast uit Empty Womb, Aching Heart, © 2001, Bethany House Publishers. Alle rechten voorbehouden.
|
![]() |
|---|
![]() |
|---|