
ASSOCIATION OF CHRISTIAN COUNSELLORS
ASSOCIATIE VAN CHRISTELIJKE COUNSELORS
NEDERLAND
ETHISCHE GEDRAGSCODE EN PRAKTISCHE VOORSCHRIFTEN |
|---|
ACC-Nederland wil een ethische code voor christen hulpverleners ingang doen vinden. Deze code omvat richtlijnen voor de omgang met privacy, de vrije keuze van de hulpvrager, omgang met ethische kwesties in de hulpverlening, kwaliteitszorg, belangenbehartiging van de hulpvrager, klachtenbehandeling, enz.
1. Inleiding
Dit reglement vormt de basis voor regelgeving zoals dat wordt erkend en aanvaard door counselors die wensen erkend te worden door de Associatie van Christelijke Counselors in Nederland ( ACC-NL). Het schept een referentiekader waarbinnen de christelijke counselors hun competenties op een professionele manier uit kunnen oefenen.
Dit reglement dient als leidraad en als informatiebron betreffende de ethische standpunten van ACC-NL ten behoeve van alle counselors en allen buiten de vereniging.
2. Bijbels-ethische fundamenten
1. Jezus Christus - onze Wonderbare Raadsman en Schepper van ons beroep - is het toonaangevend model voor een christelijke counselingpraktijk en bediening.
2. Christelijke counseling en individuele counselors bewaren een noodzakelijke en nauwe band met de Gemeente van Jezus Christus.
3. Christelijke counselors hebben het hoogste respect voor de bijbelse openbaring aangaande het menselijk leven, de persoon en het gezin.
4. Christelijke counselors zetten zich in voor een zo goed mogelijke dienst aan de confident, voor ethische integriteit in de counselingpraktijk en voor respect voor anderen.
5. Christelijke counseling is, ideaal gezien, een door de Geest geleide synthese van geestelijke, psychologische, sociale, fysische en omgevingsinterventies.
6. De bijbels principes zijn de uitgangspunten voor de identiteit van de christelijke counselor en van zijn counselingpraktijken.
7. Christelijke counselors zijn er zich bewust van dat zij Christus en Zijn gemeente vertegenwoordigen en engageren zich om hun afspraken en plichten in alle sociale en professionele relaties na te komen.
3. Ethisch kader voor de christelijke hulprelatie
3.1 De counselor mag geen misbruik maken van zijn cliënt, noch hem uitbuiten, of het nu in geestelijk, financieel, seksueel of emotioneel opzicht is, of op welke andere manier dan ook. Seksueel contact in de hulpverleningsrelatie is altijd misbruik maken van de cliënt.
3.2 De integriteit van de cliënt moet te allen tijde worden gerespecteerd.
3.3 Het hulpverleningsproces moet steeds duidelijk zijn voor de cliënt.
3.4 Iedere christelijke counselor moet terug kunnen vallen op geestelijke ondersteuning en op een regelmatig terugkerende toepasselijke supervisie, volgens de basisvoorwaarden van de ACC-erkenning.
3.5 De veiligheid van de cliënt moet worden gewaarborgd.
3.6 Elke vorm van publiciteit en mondelinge of schriftelijke reclame moet, op een manier die te verifiëren is, de soort van de aangeboden dienst weergeven, evenals de opleiding, kwalificatie en ervaring van de counselor.
3.7 De counselor moet elke situatie vermijden, waarin hij in een belangenconflict zou terecht komen. Mocht het zich voordoen dan moet hij de cliënt daarvan op de hoogte brengen.
Praktische voorschriften
4. De relatie tussen counselor en cliënt
4.1 Een christelijke ACC-counselor kan geen hulprelatie starten met een cliënt die al door een andere counselor wordt begeleid, anders dan in overleg en samenwerking met die andere betrokken counselor.
4.2 De counselor moet al het mogelijke doen om te voorkomen dat de cliënt tijdens de gesprekken fysiek, psychologisch of geestelijk wordt beschadigd.
4.3 De counselor moet zich inspannen om de cliënt te helpen zijn leven beter te beheersen, en hem de mogelijkheid te bieden om beslissingen te nemen en verandering in zijn leven aan te brengen zonder dat dit door de counselor wordt opgedrongen.
4.4 De counselor handelt niet in naam van de cliënt. Als hij dat doet, is dat slechts na een schriftelijk verzoek van de cliënt.
4.5 De counselor is verantwoordelijk voor het aanbrengen, aangeven en onderhouden van de grenzen die hij in de hulprelatie als mogelijk acht. Indien dit wenselijk is, wordt dit vastgelegd in het hulpverleningscontract.
4.6 De cliënt moet van tevoren akkoord zijn gegaan met de aanwezigheid van een stagiair(e) tijdens een onderhoud.
4.7 De aantekeningen die tijdens een onderhoud worden gemaakt, worden bewaard. De cliënt moet daarvan op de hoogte worden gesteld via de hulpverleningsovereenkomst. Op zijn verzoek moet hij geïnformeerd worden over hoe hij inzage in de aantekeningen kan krijgen en tevens moet hij de garantie krijgen dat derden geen toegang kunnen hebben tot deze aantekeningen. Dit geldt evenzo voor opnamen op audiocassette, op video of andere informatiedragers.
4.8 De counselor heeft de verantwoordelijkheid om samen met de cliënt te overleggen of aanvullende therapeutische hulp noodzakelijk is.
4.9 In uitzonderlijke gevallen, wanneer de counselor goede redenen heeft om te denken dat de cliënt een risico loopt om zijn eigen gezondheid of die van anderen te schaden, zal de counselor proberen de instemming van de cliënt te verkrijgen om de geheimhoudingsplicht te doorbreken. Voor zover de cliënt niet in staat is om zelf zijn verantwoordelijkheid op te nemen, mag de counselor de geheimhouding slechts doorbreken na overleg met een supervisor of een ervaren counselor.
4.10 De christelijke counselor moet zich er in het bijzonder van bewust zijn, dat de regel van vertrouwelijkheid ook geldt in de context van ondersteunend gebed en in bijstand/hulp door de kerk.
4.11 De basisafspraken, van de relatie, zoals vermeld in het hulpverleningscontract tussen de counselor en de cliënt, moeten aan het begin van de gesprekken duidelijk worden gemaakt.
4.12 De mate van vertrouwelijkheid, zoals vermeld in het hulpverleningscontract tussen de counselor en de cliënt, moet worden besproken, dit met het oog op de aanleg van een dossier en het bewaren van aantekeningen die tijdens een onderhoud worden gemaakt.
4.13 De veiligheid van de cliënt moet worden gewaarborgd. In acuut dreigende gevallen moet er adequate medische (of juridische) hulp worden ingeroepen en dit zo mogelijk met instemming van de cliënt, steeds met overleg en melding aan een supervisor (zo mogelijk vooraf en steeds zo spoedig mogelijk achteraf).
4.14 Aangezien de cliënt in een kwetsbare situatie is, zal hij over de verschillende fasen van de hulprelatie geïnformeerd worden en heeft hij daar ook inspraak in.
Zo nodig is dit schriftelijk vastgelegd en wordt het behandelcontract (indien dit aanwezig is) in de loop van de begeleiding bijgesteld.
4.15 Het is de keuze van de cliënt om de hulpverleningsrelatie aan te gaan. In de loop van de gesprekken moet de cliënt de mogelijkheid hebben om de voorwaarden en de methodes van het gebruikte hulpverleningsmodel te herzien. In voorkomend geval wordt een nieuwe situatie gecreëerd waarin zowel counselor als cliënt kunnen kiezen de hulpverlening al dan niet verder te zetten.
5. Het contract
5.1 Duidelijke contractuele afspraken, bij voorkeur schriftelijk vastgelegd, eventueel mondeling, moeten respect laten zien voor de cliënt en voor zijn bekwaamheid zich zelfstandig op te stellen.
5.2 De counselor is verantwoordelijk voor het informeren van zijn cliënt over de condities waaronder hij hulp verleent: beschikbaarheid van de counselor, mate van vertrouwelijkheid, honorarium, hoe afspraken af te zeggen, etc. Hierover moet men het eens zijn, voordat de cliënt zich financieel engageert.
6. De ‘professionele’ christelijke hulprelatie
6.1 Of hij nu betaald wordt voor zijn diensten of op vrijwillige basis werkt, de counselor moet op professionele wijze, overeenkomstig de denk- en handelswijze van ACC, handelen.
6.2 De counselor mag geen behandeling aangaan als zijn bekwaamheid wordt ondermijnd door persoonlijke of emotionele problemen, een ziekte, een handicap, verslaving aan alcohol of drugs of door welk ander probleem dan ook.
6.3 De counselor moet binnen de grenzen van zijn eigen competentie blijven. Het is een teken van bekwaamheid indien een counselor erkent dat hij onbekwaam is om bepaalde personen met hun problemen verder te helpen en hen doorverwijst naar ander counselors.
6.4 De counselor heeft de verantwoordelijkheid naar zichzelf én naar zijn cliënten toe, om zijn bekwaamheid en zijn vermogen om te begeleiden te onderhouden. Wanneer zijn persoonlijke kennis of ervaring niet voldoende blijken te zijn, moet hij hulp zoeken of zich uit een hulprelatie terugtrekken, tijdelijk of definitief.
6.5 De counselor moet een goede van toepassing zijnde basisopleiding voltooid hebben voordat hij aan een hulprelatie kan beginnen. Hij moet zich ten doel stellen om zich steeds professioneel te blijven ontwikkelen en hij moet onder supervisie staan.
7. De klachtenprocedure
7.1 De counselor onderwerpt zich aan de klachtenprocedure die is vastgelegd door ACC-NL en omschreven in het klachtenreglement van ACC-NL.
8. Het wettelijk kader
8.1 De counselor is aan het Nederlands recht onderworpen. Hij is verplicht om op de hoogte te blijven van de wettelijke voorschriften die gelden voor de praktijk van de hulpverlening.
8.2 De counselor kan als hij twijfels heeft over zijn rechten en plichten contact opnemen met ACC-Nederland.